<< previous
next >>
> Taal der Traditie Een taal voor het onzegbare Apostolische Uitbreiding (1) Apostolische Uitbreiding (2)

ENKELE OVERWEGINGEN
VOORAF

In de tweede brief aan de Korinthiers gebruikt de apostel een nogal ongewone uitdrukking, die verband blijkt te houden met een bijzondere genadegave: de ‘Apostolische uitbreiding’.

Alvorens in te gaan op de betekenis daarvan, hieronder allereerst enkele overwegingen in meer algemene zin, m.b.t. het vertalen van dergelijk soort uitdrukkingen in de Schrift.

de taal der traditie de apostolische uitbreiding (1)

Op deze pagina

Enkele overwegingen Weest ook gij uitgebreid

Toen Hij bij
Zijn nederdalen
de tongen verwarde,
verdeelde
de Allerhoogste
de natiën.

Toen Hij echter
de vuurtongen
uitdeelde,
riep Hij allen
tot de eenheid:

en eenstemmig
verheerlijken wij
de Alheilige Geest

+ Kondakion Pinksteren
(cf. Gen.11 & Hd.2)

WEEST OOK GIJ UITGEBREID
- 2 KOR. 6:13

Een curieuze uitdrukking

In zijn tweede brief aan de Korinthiërs gebruikt de apostel Paulus een curieuze uitdrukking, wanneer hij hen maant: “Weest ook gij uitgebreid!” (2Kor.6:13), in aansluiting op wat hij twee verzen terug heeft gezegd (vs.11): “...ons hart is uitgebreid.”

Deze uitdrukking staat hier tegenover zijn klacht over zijn geestelijke kinderen, dat zij “nauw” waren “in hun ingewanden”. De vraag is: Wat betekent deze uitdrukking? Waar gaat het hier over?

Een geestelijke betekenis

Overigens is dit slechts één vertaling; een blik op de beschikbare Nederlandse vertalingen toont allerlei verschillende uitdrukkingen, ieder met hun eigen ‘smaak’ en associaties – wat onze vraag nog versterkt.

Vooral wanneer bij het lezen van de Vaders blijkt, dat deze een heel andere richting lijken te wijzen dan we misschien zouden verwachten. Niet zozeer op het aardse vlak, zij het mentaal of emotioneel, maar in een diep geestelijke zin – in verband met de gaven van Gods genade.

Hij wist waar het over ging

Ooit merkte een (inmiddels overleden) oudvader op, dat vertaling vraagt om kennis van drie dingen: uiteraard de taal van de desbetreffende tekst zowel als de taal waarin men vertaalt, maar ook het onderwerp waar de tekst over gaat.

In dezelfde geest ontving de heilige Païsius Velichkovsky de raad, zich bij vertaalvragen – hij was bezig met de vertaling van belangrijke ascetische teksten – te wenden tot een oude monnik, die ergens in de wildernis leefde. Deze had weliswaar geen grote talenkennis (mogelijk kende hij geen woord Grieks), maar hij wist werkelijk – uit eigen ervaring – waar het overging.

Een beter woord?

Ook een anecdote uit onze tijd toont de beperkingen van de taal, en hoe zelfs een gedegen kennis daarvan niet altijd voldoende is:

Het gebeurde enkele decennia terug, in de beginjaren van de informatica. Na een uitgebreide studie daarin schreef iemand een verhandeling van nogal technische aard. Een studiegenoot bleek bereid het stuk uit te typen. Helaas was zij volstrekt onbekend met deze materie. Toen zij het stuk retourneerde merkte zij op, dat zij de vrijheid had genomen het werk hier en daar te verbeteren. Overal waar ‘bits’ stond, had zij dit vervangen door ‘pieces’ – want, zei ze, “dat is beter Engels’.

[Terzijde: ‘bits’ is een technische term in de computerkunde voor een specifiek element van de coderingstaal. Iets heel anders dus dan simpelweg enkele ‘stukjes’, en geen term die men zomaar kan vervangen door een algemeen begrip.]

Verwijzing naar ‘de Vaders’

Zo wordt duidelijk, waarom in de Orthodoxe Traditie bij de vraag naar de betekenis van de Bijbelse teksten steeds weer verwezen wordt naar ‘de Vaders’ – dat wil zeggen, naar de heilige Vaders, naar diegenen die in hun leven en sterven werkelijk de weg tot God gevonden hebben, en ons dus daadwerkelijk kunnen vertellen waar deze teksten over gaan.

Een zekere eenheid van hart en geest

Overigens, zoals oudvader Sophrony ergens in zijn boeken opmerkt, kent de menselijke taal een zekere onduidelijkheid die onvermijdelijk is. Ieder heeft immers ook zijn persoonlijke ervaring en achtergrond. De werkelijke basis voor een goed verstaan blijkt veeleer te liggen in een zekere eenheid van geest, in eenzelfde gerichtheid.

Mettertijd vindt een dergelijk eenheid van hart weliswaar vaak uitdrukking in eenzelfde taalgebruik, vooral wanneer mensen deel uitmaken van één en dezelfde gemeenschappelijke Traditie. Doch tegelijkertijd zien we, dat hetzelfde taalgebruik nog geen garantie is voor eenzelfde begrip van de dingen, en ons niet noodzakelijkerwijs verzekert van de waarachtige eenheid.

Terwijl anderzijds zelfs mensen die geheel één zijn in Gods Geest, zich soms op volstrekt verschillende wijze uitdrukken.

Elk naar zijn aard en achtergrond

Er zijn weliswaar bepaalde sleutelwoorden die door iedereen worden gebruikt.

Maar de heilige Paulus drukte de rijkdom van het aanschouwen van de Heer uit, zoals een goed onderlegd Schriftgeleerde dat zou doen: zeer uitgebreid en gedetailleerd, en met een rijk taalgebruik.

Terwijl de heilige Petrus veel beperkter is in zijn uitdrukking van deze zelfde ervaring – terwijl hij toch de Transfiguratie des Heren met eigen ogen had aanschouwd, en met Pinksteren zelfs tot woordvoerder der Apostelen was geworden.

Het mysterie van de taal

Er ligt dus een zeker mysterie in de taal, in het woord dat wij spreken. Want ondanks alle obstakels blijkt het toch mogelijk iets van onze kennis en ervaring met elkaar te delen.

Van onze kant gezien, delen wij natuurlijk te allen tijde in onze gemeenschappelijke menselijke natuur – en dat is niet alleen een aardse, maar ook een geestelijke realiteit.

Met de Menswording Gods, in Christus, blijkt zelfs hoe heel het menselijk bestaan tot uitdrukking kan worden van de ‘onzegbare’ rijkdom van de goddelijke openbaring. Doch de sleutel daartoe ligt uiteindelijk niet in de zichtbare aardse wereld, maar in de geheimnisvolle openbaring van God Zelf.

Een vreeswekkende zaak

Wat dat betreft is het dus een vreeswekkende zaak, over deze dingen te spreken. Want wie kan bogen op de Goddelijke volmaaktheid, die het Evangelie van ons vraagt? (Mt.5:48; Lk.6:36; 1Petr.1:16)

De enige reden om toch te pogen iets te zeggen, is de dwaasheid van een hoopvol hart – dat iets te delen van de schat der Kerk, die wijzelf mochten ontvangen, ook voor anderen een inspiratie mag zijn op de Weg des Heren.

Een werkwijze

In praktische zin betekent het bovenstaande, dat we voor een goed begrip allereerst zullen moeten zien, hoe de heilige Vaders de desbetreffende begrippen en uitdrukkingen verstaan.

Om vervolgens te bezien hoe deze gebruikt worden in de oorspronkelijke taal, alvorens ons (indien nodig) te buigen over de uiteindelijke vertaalkeuze – waarbij doorgaans meerdere mogelijkheden bestaan, getuige de gangbare vertalingen, die soms zeer uiteenlopende oplossingen bieden.

Een gemeenschappelijke basis

Overigens is de verscheidenheid in sommige gevallen minder groot dan het lijkt: Het komt vaak voor, dat een bepaalde vertaling een bekende tekst heel anders vertaalt dan voorheen, terwijl bij nadere beschouwing blijkt dat dezelfde vertaling diezelfde oude woorden op andere plaatsen wel degelijk gebruikt.

En zo blijkt veel van het oude taalgebruik uiteindelijk meer levensvatbaar dan we misschien zouden verwachten. Een heel eenvoudige reden daarvoor is deze: De gemeenschappelijke basis van de Nederlandse taal is uiteindelijk ook een verbindend element tussen al onze uiteenlopende vertalingen.

Evenals de Bijbelse wijze van uitdrukken de gemeenschappelijke basis is voor het taalgebruik van de Kerk, door de eeuwen heen – een door allen gedeelde uitdrukking van datgene wat anders volstrekt ‘onzegbaar’ en ‘onuitsprekelijk’ zou zijn.


+ Herfst A.D. 2014 / Pascha A.D. 2015


> Lees verder op de volgende pagina

Pottenbakkerswerk, Cyprus

> BIJBEL Etc
NL: ATELIER
> Taal der Traditie

Mobile Menu

NL
Share via e-mail
CONTACT SEARCH FAQ